Fudge met walnootjes

Nou kan ik je vertellen waar fudge oorspronkelijk vandaan komt, hoe het originele recept nou niet echt Paleo is en dat de meest gemaakte variant die van karamel is. Dat zou ik dus kunnen doen, maar deze keer ga ik je niet vermoeien met allerhande gezellige verhalen. Voor deze fudge wil je gewoon meteen door naar het recept! Deze is zo lekker dat je echt moet oppassen er niet te veel van te eten. Serieus, als je hier kilo’s van eet (en dat zou ik best willen) dan blijven die kilo’s zeker weten plakken op plaatsen waar je dat niet wilt! Maar af en toe een stukje mag best. Het handige is dat je het in de vriezer bewaart, waardoor je altijd een voorraadje hebt. Het hoeft niet eens te ontdooien, je kunt het direct uit de vriezer eten (en dat is dan eigenlijk meteen een nadeel, want zo wordt het wel héél makkelijk om regelmatig even de vriezer in te duiken). De smaak hangt een beetje tussen pindakaas en karamel in, het zeezout geeft het net ‘a little kick’ en de walnoten geven het een lekkere crunchy bite. Paleo snacken op z’n best!

palejo-paleo-recept-fudge

Fudge


  • 55 gram kokosolie
  • 170 gram amandelboter
  • 60 gram agavesiroop
  • snufje zout
  • 30 gram walnoten

Klik op het ingrediënt om te zien welke ik gebruik


Verwarm de kokosolie rustig aan in een klein pannetje. Vlak voordat alles gesmolten is, kun je het vuur uitdraaien. Laat de olie minimaal een kwartiertje afkoelen, net zo lang tot de kokosolie nog steeds vloeibaar is, maar niet meer zo dun als water.

In een ander kommetje doe je de amandelboter, de agavesiroop en een snufje zout. Meng dit goed door elkaar. Je kunt trouwens ook cashewboter gebruiken, of een mix van beide soorten, maar ik moet zeggen dat die met amandelboter al zo lekker was, dat ik niet de behoefte voelde om verder te gaan experimenteren.

Voeg de kokosolie toe en meng het geheel heel goed door elkaar. Mocht je een keer ongeduldig zijn en de kokosolie er al doorheen doen als het nog te warm is (of, zoals in mijn geval, stomweg vergeten dat het nog af moet koelen), dan wordt je mengsel erg waterig. Geen paniek, het wordt wat meer kliederen geblazen in de volgende stappen, maar het doet verder niets af aan de smaak. Kortom, diepe zucht en gewoon doorgaan!

Hak de walnoten in stukjes en voeg het toe. Net als bij de notenboter geldt: andere nootjes zijn ook prima, maar ik moet zeggen dat de combi met walnoten erg goed werkt. Tot nu toe heb ik het iedere keer (ja… iedere keer, ik moet echt die kilo’s in de gaten gaan houden ;) met walnoten gemaakt.

In een lage schaal leg je een vel bakpapier en daarop spreid je de fudge uit. Dek de schaal af en zet hem in de vriezer tot de fudge hard is geworden. Dan kun je hem in stukjes snijden. Laat het trouwens niet te lang buiten de vriezer staan (alsof dat ooit zal gebeuren ;) want dan wordt de fudge weer zacht tot het zelfs gaat uitlopen.

Laat het decadente smullen maar beginnen!

Paleo pizza

Weet je wat ik misschien nog wel het meeste mis sinds ik Paleo ben gegaan? Gluten! Aangezien je me pre-Paleo wel kon begraven onder de frietjes (ik noemde mezelf heel bescheiden ook wel Patatoloog), had ik van te voren verwacht dat ik patat het meeste zou gaan missen. Nou, verrassend genoeg bleek dat niet zo te zijn. Van alle ‘foute’ dingen mis ik brood het meest! Nu heb ik wel zin om hier een heel lyrisch verhaal over de geur van versgebakken brood en knapperige korstjes op te hangen, maar dat zal ik niet doen. Als je een beetje op mij lijkt, zijn je smaakpapillen bij het woord ‘brood’ al een feestje gaan vieren, laat staan als ik er ook nog eens over ga uitweiden! Helaas, haal de slingers en ballonnen maar weer weg, het perfecte Paleo alternatief voor brood heb ik nog steeds niet gevonden, maar ik blijf gewoon stug doorzoeken. Wat ik wél heb gevonden: een fantastisch recept voor pizza! Nog zo’n glutenbommetje waar ik van de gedachte alleen al ging watertanden en die ik erg heb gemist. Aan bodems van bloemkool (erg populair in Paleo-land) ga ik als rechtschapen groentehater niet eens beginnen (het idee alleen al) en oké, de meatza is lekker, maar je wilt toch gewoon een broodachtige bodem? Alles minder dan dat telt eigenlijk niet. Net als bij veel Paleo recepten zag ik dit recept voor Paleo pizza en ik dacht: ‘dat kan nooit veel soeps zijn’. Maar deze Paleo pizza is wel soeps! Heel erg soeps zelfs!

paleo pizza palejo recept

Paleo pizza


  • 1 rijpe bakbanaan
  • 60 milliliter kokosmelk (55 gram)
  • 60 milliliter vloeibare kokosolie (55 gram)
  • snufje zout
  • 1 eetlepel gedroogde Italiaanse kruiden
  • 135 gram tapioca
  • 15 + 50 gram arrowroot
  • 50 gram chufameel
  • 140 gram passata
  • 1 ui
  • 100 gram salami
  • 2 eetlepels gedroogde oregano

Haal het rooster uit de oven en laat hem (de oven, niet het rooster ;) vast voorverwarmen tot 220 graden.

Schil of pel (wat doe je er eigenlijk mee?) een rijpe bakbanaan en snij hem in plakken. Trust me, dit is inderdaad het gedeelte waarvan je denkt: ‘Wáát? Banaan in mijn pizzabodem? Dat kan nooit veel soeps zijn.’. Maar geloof me, het komt goed! Voeg de kokosmelk toe en pureer het geheel met een staafmixer. Voeg dan de kokosolie toe en meng het goed door. Ik heb zowel de milliliters als de grammen toegevoegd omdat milliliters dan wel de standaardmaat zijn, maar ik grammen makkelijker vind: het scheelt ook afwas. Ik zet de kom gewoon op de weegschaal en voeg de grammen toe. Hoef ik geen maatbeker vies te maken!

Voeg zout en Italiaanse kruiden toe evenals de tapioca, 15 gram arrowroot en de chufameel. Kneed het deeg goed door. Voeg ten slotte nog 50 gram arrowroot toe en kneed het deeg tot een mooie bal (of een lelijke bal, wat jij wilt, de pizza zal er niet anders om smaken, geen idee waarom ik ‘mooie’ typte, haha!). Heb je geen arrowroot of chufa? Dan kun je de hoeveelheden 1 op 1 vervangen door tapioca. Het oorspronkelijke recept gaat ook uit van alleen tapioca, maar met een beetje experimenteren ben ik op de mix met arrowroot en chufa uitgekomen. Het geeft je Paleo pizza nog meer een broodachtige structuur.

Rol de bal deeg op een vel bakpapier uit tot een ronde plak van ongeveer een halve centimeter dik. Leg je pizzabodem op het rooster en schuif het voor 15 minuten de oven in. Je zult zien dat de bodem op sommige plekken helemaal opblaast, maakt niet uit, dat gaat straks vanzelf weg als je de topping erop doet. Snij intussen de ui in ringetjes en zoek vast de passata, salami en oregano op. Ik neem overigens altijd de passata van de Jumbo, dat is een heerlijke tomatensaus waar verder geen rommel aan toe is gevoegd.

Haal de bodem na 15 minuten uit de oven. Je kunt alles op de pizza doen wat je lekker vindt. Voor deze blogpost heb ik gekozen voor lekker basic: besmeer hem met passata (net zo veel als je lekker vindt) en beleg hem met salami en uienringen. Strooi er tot slot oregano over en zet hem voor 8 minuten terug in de oven (wel een beetje in de gaten houden, het kan hard gaan). Klaar is je Paleo pizza!

Héél in de verte zit er iets bananigs in de smaak, maar dat vind ik niet storend. Zolang je stevige toppings hebt, zijn die overheersend genoeg om het kleine beetje bananensmaak eruit te filteren. Verder is het midden van de pizza (het gedeelte dat door de topping weer nattig is geworden) een tikje groenig en gummy. Ik hoor je al denken: ‘Groenig en gummy? Geef mijn portie maar aan iemand anders, een bodem van bloemkool klinkt in ene een stuk aantrekkelijker!’, maar echt, ook dat doet niets af aan de smaak. De eerste keer heb ik héél voorzichtig mijn tanden in deze pizza gezet, en nu moet ik uitkijken dat we hem niet elke week op het menu zetten. Zo lekker vinden we hem!

De oorsprong van het recept is een beetje apart. Ik zou zweren dat ik hem gevonden heb op mijnpaleokeuken.nl, het blog van Sjanett de Geus, maar deze website bestaat niet meer en het recept kan ik ook niet vinden op haar nieuwe website… Vreemd. Misschien heb ik hem dan toch ergens anders vandaan? Ik ben in ieder geval blij dat ik het recept gevonden heb en hier weer verder kan delen met de wereld. Je zoektocht naar echte pizza, die ook nog eens een Paleo pizza is, is over. Je hebt hem gevonden!

Paleo bananenbrood

Terwijl ik dit typ, drijven er heerlijke geuren de kamer in: er staat Paleo bananenbrood in de oven! Grappig genoeg is dit weer typisch zo’n recept waar ik tijden met een boog omheen heb gelopen. Toen ik het recept van Porridge vond, dacht ik: ‘Meh, anders dan een banaan in de pure vorm lust ik geen dingen met banaan erin.’…. Bleek superlekker te zijn. Toen ik het Vlaflipje tegenkwam, dacht ik: ‘Nah, d’r zit banaan in, vind ik vast niet lekker.’…. Líters van het spul heb ik inmiddels op. Zó lekker! Al ver voor mijn Paleo-tijd had ik van bananenbrood gehoord en ik dacht altijd: ‘Gatver, moet ik niet aan denken!’ en dat heb ik rustig volgehouden toen ik in de Paleo-stand schoot. Bananenbrood? Niets voor mij! Blijkbaar ben ik nogal hardleers…

Tot ik op een verjaardag was en die lieverds speciaal voor mij ook iets hadden gebakken. Je raadt het al: bananenbrood. ‘Hoe kom ik hier fatsoenlijk onderuit’ dacht ik nog, maar ik kon niets bedenken…. Ja, een appelflauwte faken, maar helaas ben ik welopgevoed (en bedankt hé, pap en mam! ;) dus zat ik met de gebakken peren om nog meer even in het fruit te blijven… Heel voorzichtig nam ik een hap, en tot mijn grote verbazing had ik niet alleen in no time het plakje bananenbrood op, ik hoorde mezelf om het recept vragen…. Nou bleek dat recept toch niet helemaal Paleo te zijn, dus ben ik op onderzoek uitgegaan, naar een alternatief dat net zo lekker smaakte als op de verjaardag en hierbij presenteer ik dan: Paleo bananenbrood!

Paleo Bananenbrood

Paleo bananenbrood


  • 400 gram banaan
  • 4 eieren
  • 140 gram amandelboter
  • 4 eetlepels gesmolten kokosolie
  • 95 gram amandelmeel
  • 1 eetlepel kaneel
  • 2 theelepels baksoda
  • 1 theelepel vanille aroma
  • zout
  • 150 gram rozijnen
  • 30 gram walnoten
  • 20 gram hazelnoten

Klik op het ingrediënt om te zien welke ik gebruik


Zet de oven vast aan op 175 graden.

In een kom doe je de banaan (400 gram staat gelijk aan ongeveer drie bananen, je kunt ze zelfs van te voren in plakjes invriezen, dan heb je altijd op voorraad),de eieren en de amandelboter. Blender alles goed door elkaar. Voeg dan de gesmolten kokosolie toe en blender dat ook door je mengsel heen.

Dan voeg je de amandelmeel, kaneel, baksoda, vanille aroma en het zout toe. Goed doorroeren. Nu heb je feitelijk het basisrecept voor Paleo bananenbrood gemaakt. Je kunt dit al in de oven doen als je wilt. Ik heb het geprobeerd, maar vond het een beetje kaal, saai en… te bananig. Precies dus de bananenbrood die ik altijd had verwacht (lees: gevreesd ;).

Dus we gaan de boel een beetje opleuken! Ik heb gekozen voor een mix van rozijnen, walnoten en hazelnoten en na een paar experimenten kwam ik op bovenstaande verhouding uit. Die vind ik het lekkerst. Maar je kunt natuurlijk ook helemaal los gaan met andere ingrediënten: pecannoten, amandelen, cranberries, dadels, kokos, chocola (!), wat jij wilt!

Als je al je goodies door het beslag hebt geschept, giet je het over in een grote cakevorm. Die van mij meet 11 bij 30 cm, een flinkerd dus. Dan gaat het beslag relatief lang de oven in: 1 uur. Het brood wordt aan de bovenkant best donker, maar dat is voor de smaak in ieder geval geen bezwaar. Wil je hem wat lichter dan zul je hem logischerwijs wat korter in de oven moeten laten staan. Check in ieder geval even met een satéprikker: als je die erin steekt en hij komt er nagenoeg schoon uit, dan is het brood goed.

Even laten afkoelen en in plakken snijden. Je kunt het brood eten als een plakje cake bij de koffie, maar ik neem ook wel eens twee of drie plakjes mee als brood voor tussen de middag. Invriezen gaat trouwens ook prima, gewoon per stuk in een zakje. Je moet er alleen wel rekening mee houden dat het ontdooien van Paleo bananenbrood op de één of andere manier vrij lang duurt.

Als je ‘Paleo bananenbrood’ intikt in Google, kom je ontelbaar veel recepten tegen. De meesten recepten zijn vergelijkbaar. Ik heb voor mijn eerste poging in ieder geval het recept van Civilized Caveman Cooking gevolgd. Dat was een hele goede start, maar ik vond uiteraard dat het beter kon, dus ben ik druk gaan variëren om tot mijn recept te komen. Zeker als je bij bananenbrood ‘nah’, of ‘meh’ denkt, zou ik het eens proberen. Wie weet heb je net als ik in no time je plakje op. Om het recept hoef je alvast niet meer te vragen! Eet smakelijk!

Paleo Sticky Toffee Cake

Paleo Sticky Toffee Cake doet het altijd heel goed op verjaardagen (oké, oké, ik geef toe: ook prima tussen de verjaardagen door!). Deze cake is zo zoet, sticky en kneitervol smaak dat de niet-Paleo-peeps echt niet door hebben dat dit een Paleobaksel is. Ik weet het, dat wordt vaker beweerd, maar het is echt zo! Sticky Toffee Cake wordt gezien als een moderne Britse klassieker. De cake wordt gestoomd en overgoten met een toffeesaus. Het wordt gegeten als een dessert en eigenlijk wordt het Sticky Toffee Pudding genoemd. Het recept verscheen voor het eerst in The Good Food Guide Dinner Party Book, geschreven door Patricia Martin. Zij runde een hotel gedurende de tweede wereldoorlog en had het recept gekregen van twee Canadese officiers. Ik weet niet waar ik het recept oorspronkelijk vandaan heb, maar ik maak het al jaren. Uiteraard moest er een Paleovariant komen! Dus ik ben aan de slag gegaan en na een paar pogingen was hij daar: de perfecte Paleo Sticky Toffee Cake. Zelfs als ik het Paleo-leven terug naar de oertijd zou verwijzen, zou ik dit recept op deze manier blijven maken!

Paleo Sticky Toffee Cake

Paleo Sticky Toffee Cake


Voor de cake:

  • 200 gram dadels
  • 200 ml water
  • 1 tl baksoda
  • 100 gr kokosolie
  • 150 gr palmsuiker
  • 1 tl vanille aroma
  • 2 eieren
  • 120 gr amandelmeel
  • 60 gr chufameel (of kokosmeel)

Voor de toffee:

  • 75 gr palmsuiker
  • 60 ml water

Verwarm de over voor op 175 graden.

Snij 200 gram dadels in kleine stukjes (zoals je aan de foto kunt zien, ben ik het deze keer vergeten… maakt niet uit voor je baksel, maar her en der kleine stukjes is toch lekkerder). Je hoeft geen verse dadels te gebruiken, de gewone voorverpakte dadels zijn prima zolang er geen suiker of andere troep aan toe is gevoegd. Ik hoor je denken: ‘Suiker? Toegevoegd aan dadels? Waarom?!’ Inderdaad, maar ze doen het…  Doe ze in een klein pannetje en giet er 200 ml water bij. Breng het geheel aan de kook en laat het 5 minuten doorpruttelen. Haal de pan van het vuur en roer er 1 theelepel baksoda door. Geen zorgen als het gaat bruisen, dat hoort zo! Laat het iets afkoelen.

Mix 100 gram gesmolten kokosolie met 150 gram palmsuiker en 1 tl vanille aroma. Klop er vervolgens twee eieren door. Voeg dan het meel toe. Na hevig experimenteren kwam ik uit op een mengsel van 120 gram amandelmeel en 60 gram chufameel. De chufa kun je ook vervangen door kokosmeel (was ook één van de experimenten), maar persoonlijk vind ik de cake het lekkerst met amandel en chufa.

Nadat je alles goed door elkaar hebt geroerd, voeg je de dadels toe. Het hele beslag doe je over in een cakeblik. Ik frommel er meestal eerst bakpapier in (het past altijd net niet lekker, vandaar het frommelen). Op de één of andere manier heeft ‘invetten’ bij mij nooit het gewenste resultaat: de halve cake blijft alsnog in het blik zitten. Daarom ben ik overgestapt op bakpapier, veel gemakkelijker. Je tilt de cake er zo uit! Zet de cake voor 40 minuutjes in de oven.

De laatste 10 minuten van de baktijd gebruik je om de toffeesaus te maken. Je lost 75 gr palmsuiker op in 60 ml water. Breng het aan de kook en laat het 5 minuten belletjes blazen. Het lijkt of het gaat verbranden, maar dat valt wel mee, pas wel op: het wordt ongelofelijk heet! Gegarandeerd blaren als je het op je vingers krijgt.

Je zult zien dat de cake al vrij donker is na 40 minuten. Dat is bij deze juist lekker. Een goede Paleo Sticky Toffee Cake is een beetje afgefikt! Haal de cake uit de oven en prik er met een satéprikker allemaal gaatjes in. Giet vervolgens de toffeesaus over de cake (daar zijn die gaatjes voor, dan trekt de toffee helemaal door je cake heen, yum!) en zet de cake nog 10 minuten in de oven.

Laat de cake iets afkoelen en snij hem dan in plakken. Warm heel erg lekker, en, als je het redt: koud ook zalig én als je dan nog over hebt (oh die beheersing! ;) de cake kan prima ingevroren worden.

Kokoskip met kerriemayonaise

Ik zag dat het al weer even geleden was dat ik een avondmaaltijd had gepost. Hoog tijd dus voor dit recept van kokoskip met kerriemayonaise. Het is eigenlijk heel simpel: kip in een kokosjasje, dat je doopt in kerriemayonaise. Meer niet, maar zóó lekker! Dit recept maakte ik al met enige regelmaat voordat ik Paleo ging eten, maar toen gebruikte ik nog bloem. In een stoere bui dacht ik: ‘wat zou er gebeuren als ik de bloem gewoon achterwege zou laten?’ Tadaa: een zalige Paleovariant gebeurde. Die bloem bleek helemaal niet nodig!

palejo paleo recept kokoskip

Kokoskip met kerriemayonaise



Snij de kipfilet in blokjes van ongeveer 3 bij 3 centimeter.

Klop in een diep bord het ei los met 1 theelepel kerriepoeder, peper en zout.

Doe de kokos in een ander diep bord.

Als je ongeveer 3 kipfilets gebruikt, kun je de hoeveelheden ei, kerriepoeder en kokos aanhouden zoals beschreven. Gebruik je meer kip dan zal je waarschijnlijk meer nodig hebben (maar je kunt altijd halverwege bijmaken).

En nu begint het geklieder (heb je de zoete kip uit de oven al eens geprobeerd? Die is ook zo lekker en nóg kliederiger :). Haal de kipstukjes één voor één door het ei en vervolgens door de kokos. Het lijkt omslachtig, liever zou je de kip in één keer in het ei flikkeren, maar geloof me, dat wordt een zooitje. En als je het helemaal netjes wil doen, gebruik je één hand om de kip door het ei te halen, mik je het met diezelfde hand in de kokos en rommel je met je andere hand de kokos over de kip. Als de kip eenmaal goed onder de kokos zit, is het prima beet te pakken. Maar ach, als je niet vies bent van een beetje gekledder: dive right in zou ik zeggen!

Als je alle kipjes van kokos heb voorzien, bak je ze bruin en knapperig in de kokosolie.

Terwijl de kipjes gaar worden kun je vast de sla over de bordjes verdelen. Elke groente is natuurlijk prima, maar persoonlijk vind ik het zachte van de veldsla en het knapperige van de kokoskip een mooie combi.

Roer 2 theelepels kerrie door de mayonaise. Proef even of je het zo lekker vindt en anders doe je er gewoon nog een beetje kerrie bij. Doe het samen met de kip op het bord. Smullen maar!

En zoals veel van mijn diner-recepten: koud ook lekker en dus prima de volgende dag als lunch te eten.

Eet smakelijk!

Kaneelappeltjes uit de oven

Op zoek naar een lunchgerechtje waar je lekker warm van wordt? Probeer eens kaneelappeltjes uit de oven te maken. Je hebt ze in een handomdraai gemaakt en het is eigenlijk meer snoepen dan lunchen wat je doet! Ik heb ze deze winter al vaak gegeten, maar dat is ook vooral omdat ik het recept steeds wat moest aanpassen totdat het eindelijk was wat ik in mijn hoofd had: een mix van appelcrumble en een appelflap. Vraag me niet hoe ik erbij kwam om daar een combi van te maken, maar toen ik het gerechtje gemaakt had, was het eigenlijk erg lekker. Lekker genoeg om door te experimenteren totdat het precies was wat ik had bedacht. Heel vervelend dat het vele pogingen heeft geduurd om tot dit resultaat te komen……. :)

palejo paleo recept kaneelappeltjes uit de oven

Kaneelappeltjes uit de oven


  • 1 appel
  • 3 eetlepels rozijnen
  • 1 theelepel kaneel
  • 20 gram kastanjemeel
  • 30 gram amandelmeel
  • 2 eetlepels honing
  • 1 eetlepel water
Klik op het ingrediënt om te zien welke ik gebruik

Verwarm de oven voor op 185 graden.

Schil een appel, haal het klokhuis eruit en snij hem in kleine blokjes. Elke zoete appel is goed. Ik gebruik meestal een Braeburn of een Jazz. Doe de blokjes in een klein ovenschaaltje en schep er 3 eetlepels rozijntjes door. Let op, rozijntjes lijken onschuldig, maar zijn vaak boefjes! Lees hier welke rozijntjes Paleoproof zijn.

Schep door het appel- en rozijnenmengsel een half theelepeltje kaneel en de basis is klaar.

Meng in een aparte kom 20 gram kastanjemeel, 30 gram amandelmeel, 2 eetlepels honing en een halve theelepel kaneel. Voeg eventueel wat water toe (maximaal een eetlepel) om het deeg wat smeuïger te maken. Verdeel het deeg over de appeltjes. Je zult niet genoeg hebben om het hele schaaltje te bedekken, maar dat is niet erg.

Zet het schaaltje 20 minuten in de oven. Ovenwantjes aan, schaaltje eruit en smullen maar!

Espresso brownies

Espresso brownies, moet ik daar eigenlijk nog iets over zeggen? Deze moet je gewoon maken, nu! Nou, oké omdat ik het niet laten kan, toch een uitlegje: deze brownies hebben mijn Paleo-leven gered. Ik denk dat ik drie maanden bezig was en smachtte naar ‘fatsoenlijk’ eten Jolanda-style (lees: iets heel onfatsoenlijks, want Paleo-eten is natuurlijk fatsoen op en top en daar was ik zó klaar mee!). Ik had al heel veel ‘lekkere’ recepten uitgeprobeerd, maar het was het allemaal net niet, flauw of gewoon ronduit smerig. Dit recept zag er echter (ook) veelbelovend uit, dus meteen gemaakt en ze zijn me daar toch een partij lekker!! Eindelijk kon ik weer een superlekkere brownie eten en daar hoefde ik niet eens voor te zondigen. Wauw! Het is nu zelfs mijn basis brownie recept. Nog sterker: zelfs de niet Paleo-ers in mijn omgeving beweren dat ze deze espresso brownies de lekkerste brownies ooit vinden. Als het ooit zou gebeuren dat ik stop met Paleo, dan blijft dit recept op zeker favoriet!

palejo paleo recept espresso brownies

Espresso brownies


  • 375 gram chocolade
  • 112,5 gram kokosolie
  • 3 theelepels espresso poeder
  • 8 eieren
  • 500 gram palmsuiker
  • 2 eetlepels vanille extract
  • 0,5 theelepel zout
  • 100 gram amandelmeel
  • 4 eetlepels kokosmeel

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Pak een flinke pan, je  kunt namelijk alle ingrediënten daarin mengen dus dat scheelt een berg aan afwas als je pan meteen groot genoeg is! Zet hem op het laagste vuurtje en voeg de chocolade toe. Ik gebruik de extra puur van Verkade (75%, de Paleo-regel is dat je chocolade van minimaal 70% gebruikt) en dan heb je 5 repen van elk 75 gram nodig. Laat de chocolade smelten. Als het eenmaal gesmolten is, voeg je de kokosolie toe. Roer het door de chocolade heen tot de olie volledig is opgenomen. Voeg 3 theelepels espresso poeder toe. Ik gebruik altijd de espresso van Nescafé en dan staan die drie theelepeltjes gelijk aan 1 stick. Roer de koffie door het chocolademengsel en haal de pan van het vuur. Voeg de acht eitjes toe. De meeste recepten willen dat je ze één voor één doet en steeds tussendoor roert. Dat hoeft hier gelukkig niet, alle eitjes mag je zo in één keer bij het mengsel kieperen. Goed roeren, door de warmte begint het ei al wat te stollen en wordt je mengsel heel dik. Dat is niet erg, gewoon lekker door blijven roeren. Voeg vervolgens de palmsuiker, de vanille extract, het zout, de amandelmeel en de kokosmeel toe. Roer alles heel goed door elkaar.

Ik verdeel het beslag altijd over twee rechthoekige bakvormen (elk ongeveer 15 bij 25 cm) en zet ze gedurende 33 minuten in de oven. Ik weet het 33….een stomme baktijd…. Ik heb voor dit recept al vele baktijden geprobeerd, maar ben uiteindelijk hierop uitgekomen. 33 minuten in de oven levert de perfecte balans tussen krokant aan de buitenkant en smeuïg aan de binnenkant op wat mij betreft. Laat de espresso brownies vervolgens een uurtje afkoelen en snijd je baksel dan in stukken. Ik hou van stevige stukken, dus ik haal er zo een stuk of 20 uit. Warm zijn ze lekker, afgekoeld zalig én je kunt ze prima invriezen en op een later moment eten. Ik hou altijd een voorraadje in de diepvries, in mijn ergste ‘Ik MOET NU chocolade’-bui kan ik dan zonder al te veel moeite mijn chocolade-fix regelen (alleen dat ontdooien duurt altijd zo lang :).

Dit goddelijke recept heb ik helaas niet zelf bedacht (I wish) maar gevonden op de website van Elana Amsterdam. Zij heeft echt fantastische recepten, waaronder dus deze espresso brownies (zij noemt ze espresso fudge brownies). Het leuke van Elana is dat ze altijd met heel weinig ingrediënten werkt (sommige andere bakkers hebben altijd een hele waslijst aan ingrediënten, dan heb ik al geen zin meer om er aan te beginnen) en met weinig materialen, dus de berg afwas wordt ook aanzienlijk beperkt. Erg prettig!

En nou hou ik op met kletsen: hop die keuken in en bakken!

Dadels met spek

14 januari ben ik jarig (hiephiep voor mij!) en met nog ruim een week te gaan, ben ik vast aan het, zoals wij dat thuis wel eens zeggen ‘prakkedenken’ wat ik mijn gasten ga voorschotelen. Recepten voor taartjes heb ik inmiddels plenty dus dat komt wel goed, maar die hapjes zijn wel een uitdaging. Wat ik in ieder geval ga maken zijn dadels met spek, die vond ik pre-Paleo namelijk al lekker. Op het internet kom je allerlei varianten tegen, maar dit is toch wel mijn favoriet: juist het feit dat het van alles een beetje is (hard en zacht, zout en zoet) maakt het tot een snackje waar ik mijn vingers bij opeet. Koud zijn ze ook lekker, maar bij ons krijgen ze zelden de kans om af te koelen :). Oké, dadels met spek it is!

palejo recept paleo dadels met spek

Dadels met spek


  • 15 dadels
  • 15 blanke amandelen
  • 15 plakjes ontbijtspek in reepjes (ongeveer 125 gram, da’s van het Jumbo eigen merk precies een pakje!)
  • halve eetlepel kokosolie

Je kunt in feite elke dadel nemen die je wilt. Vers is prima, maar voorverpakt is ook goed. Als je er maar op let dat er geen toevoegingen in zitten. Het moet namelijk niet gekker worden, maar soms zijn de dadels die je in de supermarkt koopt gesuikerd om ze zoeter te maken. Alsof je een oermens op een ‘hoe kom ik van mijn vliegangst af’- cursus doet: volslagen overbodig! Maar oké, als je dus maar pure dadels hebt, dan is het goed. Ontpitte dadels zijn helemaal fijn, maar da’s vooral omdat het werk scheelt (en we zijn natuurlijk liever lui dan moe!).

In elke dadel stop je een amandel. Vervolgens wikkel je om elke dadel een plakje ontbijtspek. Doe dit een beetje strak, dan blijft de spek ook tijdens het bakken goed zitten. Omdat ik dit al vele, vele, vele malen gemaakt heb, viel me op dat het aantal plakjes ontbijtspek in een pakje altijd rond de 15 is. Vandaar die 15 dadels en amandelen, maak je precies een pakje op.

Doe een klein beetje kokosolie in de pan (het ontbijtspek is in feite al vet genoeg, maar met een beetje olie bakt het wat makkelijker) en leg de dadels met beleid in de pan. Ik zeg met beleid, want als je ze in één gooi in de pan mietert, ligt al je spek er weer af. Voorzichtig dus. Laat ze op een half hoog vuur lekker aan alle kanten bruin worden. Hou je van rauwig spek, bak ze dan kort. Ik bak ze zelf altijd wat langer want dan wordt de dadel nog zachter dan ‘ie van zichzelf al is.

Zoals gezegd zijn de dadels met spek warm echt superlekker, maar koud zijn ze ook heel goed te doen. Dep in dat geval even met een keukenpapiertje het ergste vet eraf. Anders stolt dat en slaat wit uit. Maakt op zich niet zo uit, maar toont niet zo leuk. Afgedekt in de koelkast zijn ze de volgende dag nog steeds zalig.

Nu nog even broeden op de overige hapjes…. misschien maak ik wel Cajun Cashews of Gevulde eitjes.. Jammie!

Paleo gevulde speculaas

Oh jongens, wat ik nu toch voor jullie heb: Paleo gevulde speculaas! Ja, echt! Toen ik Marinka van Eet Paleo vroeg of ik haar recept mocht gebruiken, heb ik haar mijn Sinterklaas-Life-Saver genoemd. En dat is echt zo! Ik weet nog zo goed hoe moeilijk het vorig jaar was om tijdens mijn eerste Sinterklaas sinds de start van mijn Paleo-tijdperk van al dat lekkers af te blijven. Alternatieven had ik nog niet, dus het was heel sneu, Heel Erg Sneu… Maar dit jaar niet! Eerder blogde ik al over echte Paleo-chocoladeletters en een week of wat geleden vond ik dit recept voor Paleo gevulde speculaas. Ik zit deze Sinterklaas gebeiteld!

palejo-recept-paleo-gevulde-speculaas

Paleo gevulde speculaas


Voor de spijs

  • 200 gram amandelmeel
  • snufje zout
  • 140 gram honing
  • 1 ei
  • 2 theelepels citroensap

Voor de speculaas

  • 200 gram amandelmeel
  • 150 gram kastanjemeel
  • 75 gram arrowroot
  • 150 gram kokosbloesemsuiker
  • 20 gram speculaaskruiden
  • snufje zout
  • 110 gram kokosolie in vaste vorm (of 120 ml in vloeibare vorm)
  • 55 gram kokosmelk (of 60 ml)
  • 2 eieren

Verwarm de oven vast voor op 160 graden.

Doe de amandelmeel voor de spijs in een kom. Het is het mooist als je amandelmeel gebruikt dat gemalen is van gepelde witte amandelen, anders krijg je allemaal spikkeltjes in je spijs. Doe de rest van de ingrediënten voor de spijs erbij en meng het heel goed (ik gebruik meestal een vork, lekker prakken!). Wees niet te scheutig met de citroensap, want die smaak overheerst makkelijk. Liever iets te weinig dan te veel gebruiken. Het enige verschil met normale amandelspijs is dat je honing gebruikt in plaats van suiker. Officieel moet de spijs, als een rolletje in folie, een paar dagen in de koelkast rusten, maar dat is bij dit recept niet nodig. Even in de koelkast totdat je het zo meteen nodig hebt, werkt prima.

In een andere kom meng je de droge bestanddelen voor de speculaas door elkaar. Arrowroot, oftewel pijlpuntwortel, is een wit poederachtig spulletje dat gebruikt kan worden als bindmiddel. Ik koop altijd online die van TerraSana, maar in de supermarkt is het ook te krijgen, dan meestal van het merk Smaakt. Vervolgens voeg je de natte bestanddelen toe. Ik heb de kokosolie en de kokosmelk zowel in grammen als in ml weergegeven. Ik vind grammen over het algemeen makkelijker en het scheelt ook afwas (ik zet de kom gewoon op de weegschaal en doe alles er achter elkaar in, direct uit de verpakking en tussentijds zet ik de weegschaal dan steeds op 0). Meer afwas is op zich natuurlijk niet erg, maar daar ben ik veel te lui voor :). Alles heel goed mengen, je zult ziet dat het een mooie homogene massa wordt als je maar even stug door blijft kneden.

Bedek een schaal met een inhoud van minimaal 1 liter (mijn schaal meet ongeveer 16 bij 26 cm) met bakpapier. Als je schaal kleiner is, wordt je speculaas hoger en als je schaal groter is, wordt hij platter. Maakt op zich niet uit natuurlijk, maar hou er rekening mee dat je baktijd dan anders is en dat je, bij een grotere schaal, misschien moeite hebt om alles mooi te bedekken (dat had ik de laatste keer dat ik het maakte, mijn kleine schaal was vies en zoals gezegd: als ik niet per se aan de afwas hoef, zal ik het ook echt niet doen, maar een gekledder dat het was om ook het bovenste laagje dekkend te krijgen!).

Verdeel de speculaas in twee gelijke delen (da’s belangrijk anders krijg je ongelijke laagjes, zoals bij mij op de foto te zien is, ik had net even te veel haast om alles supernetjes te doen…). Doe het ene deel in de schaal en bedek er de hele bodem mee. Ik doe als trucje een laag bakpapier eroverheen en druk het dan voorzichtig aan. Vervolgens verdeel je alle spijs erover (als je de truc met het bakpapier herhaalt, druk dan niet te hard, anders duw je de spijs in de onderste laag). Tot slot verdeel je de rest van de speculaas eroverheen.

Zet de Paleo gevulde speculaas voor 40 minuten in de oven. Vreemd genoeg wordt het bij mij niet elke keer even gaar, ook al kies ik iedere keer voor 160 graden, maar ik heb gemerkt dat dit voor de smaak niet zo veel uitmaakt, het is zelfs juist wel lekker, want het is dan extra smeuïg. Uiteraard kun je het daarna meteen warm opeten, maar persoonlijk vind ik het koud lekkerder en ik vind het zelfs het lekkerst uit de diepvries. Op de één of andere manier lijken de laagjes dan meer een eenheid te vormen (ik weet het, vaag gewauwel, maar ik kan het niet beter uitleggen). Dus ik bak het, laat het afkoelen, snij het in vierkantjes en vries het per stuk in. Op het moment dat ik dan zin in gevulde speculaas heb (momenteel zo ongeveer elke dag :), trek ik een zakje uit de diepvries, en wie zoet de minuten aftelt tot het is ontdooit…, krijgt iets ongelofelijk lekkers!!!!

Ik heb wat kleine wijzigingen in het oorspronkelijke recept gemaakt (meer honing en een snufje zout in de spijs), maar verder heb ik het gelijk gehouden. Je vindt het oorspronkelijke recept voor Paleo gevulde speculaas op Eet Paleo. Ik vind het echt geweldig dat Marinka dit recept heeft ontwikkeld, want mijn Sinterklaas is met dit recept weer op het oude smulniveau. Moge zij maar veel cadeautjes in d’r schoen krijgen!

Trouwens, wat past er beter bij gevulde speculaas dan een beker Paleo warme chocolademelk. Nog niet genoeg van al die Sinterklaasheerlijkheden? Probeer dan ook eens de Paleo chocoladeletter van Magic.

Paleo snickerdoodles

De Paleo snickerdoodle is een heel lekker kaneelkoekje. Knapperig van buiten en zacht van binnen en in een oogwenk gemaakt! De herkomst van het koekje is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk is ‘ie bedacht in Amerika door Duitse immigranten. Waar de naam vandaan komt, is ook niet helemaal duidelijk. Het zou een verbastering kunnen zijn van het Duitse Schneckennudel (kaneelbroodje), maar het zou ook uit het Engels kunnen komen, want het was een tijd ‘in’ om koekjes onzinnamen te geven. Hoe dan ook, het heeft niets te maken met de bekende chocoladereep, ook niet qua smaak, maar ik vind het in ieder geval een onwijs geinig woord. Het recept kan variëren, maar wat alle snickerdoodles gemeen hebben is dat ze, voordat ze de oven in gaan, door een mengsel van suiker en kaneel worden gerold. Het oorspronkelijke recept bevat uiteraard allemaal Paleo-no-no’s, maar deze variant is helemaal Pale-Oké. Kortom, ik presenteer: Paleo snickerdoodles!

Paleo palejo recept snickerdoodles

Paleo snickerdoodles


  • 250 gram amandelmeel
  • 120 gram + 6 eetlepels palmsuiker
  • 2,5 theelepel kaneel
  • 1 theelepel baksoda
  • halve theelepel zout
  • 1 losgeklopt ei
  • halve theelepel vanille-extract
  • 100 gram gesmolten kokosolie

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Mix 6 eetlepels palmsuiker met 1,5 theelepel kaneel in een kommetje en zet het even apart.

Mix de amandelmeel, 120 gram palmsuiker, 1 theelepel kaneel, de baksoda en het zout goed door elkaar. Klop een ei los en meng dit door de droge bestanddelen. Voeg het vanille-extract en 100 gram gesmolten kokosolie toe. Goed mengen. Draai balletjes van het deeg (ongeveer 2 centimeter in doorsnede) en haal elk balletje door het suiker/kaneel-mengsel. Leg de balletjes op bakpapier en hou daarbij minimaal 4 centimeter tussen elk balletje vrij want de balletjes gaan ‘lopen’ en worden zo koekjes van ongeveer 6 centimeter doorsnede.

10 minuutjes in de oven en ze zijn al klaar! Het moeilijkste komt echter nog: er af kunnen blijven tot ze afgekoeld zijn :)

Je kunt ze heel goed in een afgesloten doosje een paar dagen bewaren (als je dat al redt), je kunt ze zelfs invriezen, dat is nog eens handig, zo heb je altijd koekjes op voorraad! Dit recept heb ik al heel lang, al vanaf het begin van mijn Paleo-tijdperk en ik heb werkelijk geen idee meer waar ik het vandaan heb. Ik heb zelfs gegoogled en kwam er zo achter dat er niet alleen van het oorspronkelijke recept veel varianten bestaan, ook de Paleo snickerdoodle versie kent inmiddels vele varianten. Ik heb echter niet het oorspronkelijke recept waar ik vanuit ben gegaan kunnen achterhalen. Mocht je het recept herkennen, laat het me dan weten, dan zorg ik alsnog voor een correcte bronvermelding. En nu genoeg geneuzeld, stoppen met lezen en lekker gaan bakken dat koekje!

‘No junk food!’ Burger

Yeah baby! It’s snack time! Als ik je vertel dat de foto puur Paleo is, dan geloof je dat toch niet? En toch is het zo! Deze ‘No junk food!’ Burger bevat alleen maar Paleo-geaccepteerde ingrediënten, terwijl het er uitziet én smaakt of je gruwelijk aan het zondigen bent geslagen (ik krijg alleen al bij het zien van de foto het water in de mond, ik ben (spijtig genoeg) dol op zo’n beetje al het voedsel dat in de categorie ‘zondigen’ valt. Mjam mjam!). Maar daar zat ik dus afgelopen zondag samen met mijn lief schandalig te smullen Van-Ge-zond-Voed-sel! Het moet niet gekker worden.

palejo paleo recept burger met zoete aardappel uit de oven

‘No junk food!’ Burger met zoete aardappel uit de oven


Voor de zoete aardappel uit de oven

  • 1 flinke zoete aardappel (echt zo’n joekel, een beetje junk food lover krijgt die makkelijk op)
  • kokosolie

Voor de ‘No junk food!’ Burger


Voor dit recept heb je een aardig staaltje time-management nodig, want de kunst is om alles tegelijkertijd op je bordje te hebben liggen (nou ja, tegelijkertijd lukt nog wel, maar dat het dan allemaal (nog) de goede temperatuur heeft, is een uitdaging).

Haal het rooster uit de oven en verwarm hem (de oven, niet je rooster :) alvast voor op 200 graden.

Breng een pan met water aan de kook. Intussen schil je de zoete aardappel en snij je hem in stukken van gelijke grootte (da’s belangrijk want anders kook je in dezelfde tijd de kleine stukken tot snot, terwijl de grote stukken nog keihard zijn). Spoel de zoete aardappelstukken af onder de kraan en voeg ze toe aan het kokende water. Tien minuutjes koken, afgieten en in frietvorm snijden. Overigens zijn er verschillende soorten zoete aardappelen, voor dit gerecht zijn die met het paarse schilletje en witte binnenkant het lekkerst, gewoon te koop bij AH en Jumbo (en misschien wel andere supermarkten, maar die heb ik niet in de buurt). Schep 1 á 2 eetlepels kokosolie door de aardappeltjes heen.

Leg een vel bakpapier op het rooster en spreid de aardappels er over uit. Doe dat lekker ruim, hoe meer kans de warmte heeft om bij elke aardappel te komen, hoe eerder ze klaar zijn. Doe ze in de oven, en keer ze halverwege een keertje om. Na ongeveer een uurtje zien ze eruit zoals op de foto en zijn ze op hun lekkerst! Serveer ze met een flinke klodder Paleo-mayo.

Terwijl je op de aardappels aan het wachten bent, kun je de ‘No junk food!’ Burger in elkaar knutselen. Let goed op wat voor vlees je koopt. Wist je dat de gewone AH-hamburger voor 14% is opgebouwd uit PaleNo-engigheden? Wat dacht je van sui­ker (Wáát?), rijst­zet­meel (Nééé!), zon­ne­bloem­olie (Aargh!), enzovoort, enzovoort. Kijk, dan zie je meteen waarom ‘junk’ in junk food zo’n goed gekozen term is. Na lang en gefrustreerd staren naar het vleesschap (beefburger nee, grillburger nee, kalfsburger nee, lamsburger nee, steak de boeuf nee) vind ik er eentje die geen rare toevoegingen heeft: de biologische rundertartaar. Hoera!

Bak de tartaartjes in een beetje kokosolie precies zo gaar als jij ze lekker vindt. Snij de tomaat in plakjes (zaadjes eruit halen). Bak het ontbijtspek uit, bak vervolgens in het vet van het spek de ui (in ringen gesneden) en maak het tomatensausje door de tomatenpuree door de mayonaise te mengen. En dan stapelen maar!

Om je ‘No junk food!’ Burger te maken, leg je een tartaartje op het bord, daarop de spek, dan de tomaat, een flinke klodder tomatensaus, dan de uitjes en vervolgens het tweede tartaartje. Bovenop nog een toefje rucola en voilá: guilt free snacken tot het vet van je kin druipt!

Cajun Cashews

Wist je dat je binnen het Paleo-dieet nog heel goed kunt snacken? Deze Cajun Cashews zijn heel snel gemaakt, zeker als je zorgt dat je altijd wat Cajunmix op voorraad hebt!

Kruiden- en specerijenmixen uit de winkel zijn over het algemeen niet geschikt voor iemand die het Paleo-dieet volgt. Vaak zijn er aan deze mixen allerlei zaken toegevoegd die je echt niet wilt, zoals suiker. Daarom maak ik ze zelf. Zo gedaan en eigenlijk veel leuker dan zo’n mix uit een potje!

cajun cashews paleo recept

Cajun Cashews


Voor de Cajunmix

  • 2 theelepels zout
  • 1 theelepel cayennepeper
  • 1 theelepel zwarte peper
  • 2,5 theelepel paprikapoeder
  • 2 theelepels knoflookpoeder
  • 1 theelepel uienpoeder
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • 1 theelepel gedroogde oregano

Voor het roosteren van de cashewnootjes

  • ongebrande en ongezouten cashewnootjes
  • kokosolie

Voeg alle kruiden en specerijen in bovenstaande verhouding bij elkaar. Goed mengen en in een afgesloten potje is het vrij lang houdbaar.

Verwarm een beetje kokosolie in een koekenpan op middelmatig vuur. Voeg de cashewnootjes toe (net zo veel als je trek groot is :) en rooster ze onder voortdurend omscheppen. Let op: het is belangrijk dat je ongebrande en ongezouten cashews gebruikt want eigenlijk zijn reguliere nootjes altijd gebrand in zonnebloemolie. Een grote Paleo-no-no dus! Blijf erbij als je ze roostert want ze gaan in ene erg hard. Haal de pan van het vuur en voeg naar smaak de Cajunmix toe. Goed omscheppen en vervolgens af laten koelen op een bord.

In eerste instantie zijn de cashews altijd wat slappig door het verwarmen. Don’t worry: als ze afkoelen worden ze vanzelf weer knapperig. Even proeven en desnoods nog wat mix toevoegen. Ik hou van zoutig, dus ik doe er ook altijd nog wat extra zout over aan het eind. Als je genoeg geduld kunt opbrengen om ze helemaal af te laten koelen, heb je een heerlijk schaaltje lekker gekruide Cajun Cashews. Kaarsjes aan, filmpje op en snacken maar. Enjoy!

Amandelboterpraliné

Ook bij dit recept voor amandelboterpraliné zou ik willen beginnen met te zeggen hoe heerlijk dit is. Op zich logisch, want ik ga natuurlijk geen recepten plaatsen die ik niet lekker vind, maar het wordt dan op een gegeven moment wel een beetje saai. Toch ga ik het doen, want deze amandelboterpraliné is zó lekker, het is gewoon god-de-lijk! Echt waar! Het is daarnaast ook nog eens leuk om te maken, niet moeilijk en zeker niet heel veel werk. Handig is ook dat je het in de vriezer bewaart, dus je hebt altijd een bijzondere traktatie op voorraad voor de visite (als je in een sociale bui bent, want ik moet eerlijk bekennen dat ik het liever allemaal zelf opeet :).

amandelboterpraline paleo recept

Amandelboterpraliné


Voor de chocoladelaag

  • 80 gram cacao
  • 112 gram kokosolie
  • 4 eetlepels ahornsiroop

Voor de praliné

  • 120 gram amandelboter
  • 80 gram ahornsiroop
  • 80 gram agavesiroop
  • 75 gram kokosolie
  • 2 theelepels vanille aroma
  • 1/4 theelepel zout

Klik op het ingrediënt om te zien welke ik gebruik


Bekleed een schaal van ongeveer 15 bij 25 cm met bakpapier. Als je schaal iets groter of kleiner is, is dat helemaal niet erg, dan wordt de amandelboterpraliné gewoon iets dunner of dikker.

Doe de cacao, 112 gram kokosolie en 4 eetlepels ahornsiroop in een klein pannetje. Dat pannetje plaats je in een grotere pan met heet water. De kokosolie smelt hierdoor, roer net zo lang tot je een soort egale chocoladesaus hebt. Je kunt het eerste pannetje ook direct op het vuur zetten, maar deze manier van smelten (au bain-marie) zorgt ervoor dat de cacao niet zo snel zal aanbranden.

Giet de helft van de chocolade in de schaal en zorg dat het gelijkmatig verdeeld is. Zet de schaal een kwartiertje in de vriezer. Het pannetje met de andere helft van de chocolade zet je terug in het warme water.

Maak de amandelboterpraliné door alle ingrediënten in een hakmolen te doen en fijn te malen. Dit is de snelle optie, maar werkt alleen als de kokosolie zacht is (kokosolie wordt vloeibaar boven de 25 graden). Je kunt ook alles in een pannetje doen en op een laag vuur laten smelten. Welke methode je ook gebruikt, het is belangrijk dat je alles goed mengt.

Haal de chocoladelaag uit de diepvries en verdeel de praliné erover. Laat de praliné eerst afkoelen als je hem verwarmd had, want anders smelt je chocolade meteen weer. In het oorspronkelijke recept wordt aangeraden ongeveer tweederde te gebruiken want dan wordt de laag niet zo dik. Sorry? Wat is dat nou weer? Dit is het lekkerste gedeelte! Gewoon alles in die schaal doen dus en hop, weer terug de vriezer in.

Na weer een kwartiertje check je eerst of de chocolade die je nog over hebt, vloeibaar genoeg is, anders moet je het nog even goed doorroeren. Giet het over de praliné. Nu alles voor een half uur de vriezer in. 5 minuten nadat je het in de vriezer hebt geplaatst, strooi je wat grof zout over de bovenkant (als je het meteen doet, is het zout weggesmolten voordat je schaal in de vriezer staat).

Ere wie ere toekomt: dit recept is niet door mij bedacht, maar door Ashley Mellilo. Zij eet veganistisch, wat betekent dat niet al haar recepten Paleo zijn, maar de Paleo-recepten die er tussen zitten zijn pareltjes! Om toestemming te vragen voor het plaatsen van de amandelboterpraliné, heb ik deze week een aantal keer met haar gemaild. Echt een aardige meid, maar als je dacht dat Paleo-eten al lastig was, bloggen erover valt ook niet mee! Ze is namelijk bezig met een kookboek en twijfelde of ze me haar toestemming wilde geven, omdat ze het recept in dat boek op wil nemen. Dus ik heb al mijn charmes in de strijd gegooid en gelukkig, het mocht (hands up for Ashley!). Dit is gewoon een recept wat ik jullie niet mag onthouden! Het belangrijkste verschil tussen mijn recept en dat van Ashley is het feit dat ik een deel van de ahorn in de praliné heb vervangen door agavesiroop, dat maakt de smaak wat zachter. Benieuwd naar het origineel? Je vindt het op blissfulbasil.com.

Maar of je nou mijn recept aanhoudt of dat van haar, je hebt gegarandeerd een hemelse traktatie. Je kunt de hele plak in stukken snijden en weer terug in de vriezer doen of er gewoon iedere keer een stukje afsnijden. Wat jij wilt. De amandelboterpraliné doet het heel goed bij een bakje koffie en, ook leuk, je kunt hem op twee manieren eten: meteen uit de vriezer, dus ijskoud, of na een minuutje of vijf als de praliné zacht en superromig is geworden. Ik probeer me altijd te beheersen, want de zachte variant is zo mogelijk nog lekkerder dan de ijskoude variant, maar meestal lukt dat niet en heb ik hem al op voordat ik überhaupt weer met mijn gebaksbordje op de bank zit…